Robots verbeteren arbeidsomstandigheden AssenburgPrint deze Pagina
Zo'n tien jaar geleden werd de eerste robot geïntroduceerd bij Assenburg, producent van stalen kantoormeubilair in Tilburg. In eerste instantie stonden de werknemers daar sceptisch tegenover. "Wat ga ik dan doen", zo dacht menigeen. Ondertussen is er geen sprake meer van een twijfelachtige houding. Sterker nog, het personeel is blij met de komst van meer robots in het productieproces. "Mijn werk is makkelijker en gezonder geworden".
In de productiehal op de afdeling van assistent-chef Leo van Boxtel (43), al bijna 25 jaar vakbondslid, is het bedrijvigheid alom. De machines draaien, stampen en sissen. "Hier maken we van metalen platen kantoorkasten", legt Van Boxtel uit. Enthousiast geeft hij een rondleiding over de afdeling. Zelf werkt hij al sinds 1972 bij Assenburg. "Ik ben begonnen als productiemedewerker. Mijn werkzaamheden bestonden onder andere uit puntlassen, slijpbewerkingen en ladekasten in elkaar zetten. Vervolgens werd ik machinesteller. En nu leid ik samen met de baas de productie. Ik geef leiding aan twintig mensen." "Vroeger produceerden we halffabrikaten", vertelt hij. "Dat betekende eenzijdig werk voor werknemers. Bijvoorbeeld de hele dag alleen maar dezelfde onderdelen aan elkaar lassen. Met de komst van de robot worden er steeds meer complete producten geproduceerd. Dat betekent meer variatie in het werk. En meer verantwoordelijkheid voor de werknemers."
Van Boxtel herinnert zich nog de aanschaf van de eerste lasrobot tien jaar geleden (in de meubelbranche een betrekkelijk nieuwe techniek). "De meeste werknemers zagen de robot als bedreiging. Het apparaat zou hen overbodig kunnen maken. Maar alle vooroordelen bleken onjuist. Niemand werd ontslagen. De robot nam het personeel juist het vuile werk uit handen. Het ding kan draaien, bukken, buigen, noem maar op. Dus de lichamelijke belasting van de werknemer wordt minder. Zwaar werk behoort tot het verleden. Niemand hoeft meer tachtig keer door de knieën om buizen onder de tafel te lassen. Dat doet de robot."
Arno Jansen (28) is het daarmee eens. Hij last onderstellen van tafels met behulp van robots aan elkaar. "Mijn baan is makkelijker en gezonder geworden." Hij laat de pick-and-place-unit zien waar zware metalen frames door een robot worden opgepakt en verplaatst. "Dat moesten we vroeger met de hand doen. De robot neemt ons dus een hoop tilwerk uit handen."
Ook is er meer variatie in zijn werk gekomen. "Dat komt omdat ik met zes verschillende lasrobots werk. Vroeger was dat maar een machine. Dankzij de automatisering zijn de arbeidsomstandigheden echt beter", concludeert hij tevreden.
Supermarkt
Momenteel wordt er op twee van de vijf afdelingen van Assenburg met robots gewerkt. De komende jaren volgen meerdere afdelingen. "Tegenwoordig ontkom je er als bedrijf niet aan te automatiseren.", verklaart Van Boxtel. "Als een klant bij ons meubels koopt, wil hij die zo snel mogelijk hebben. Anders gaat hij naar een ander. Geef hem eens ongelijk."
Produceerde Assenburg in het verleden twee- tot driehonderd kantoorkasten per week, vandaag de dag zijn dat er meer dan duizend. "Vroeger moesten we overwerken als er een grote order binnenkwam. Een bedrijf moest zich immers aanpassen aan de klant. Maar dankzij de robots is de capaciteit flink omhoog gegaan en kunnen we ordergericht werken. We beginnen een beetje op een supermarkt te lijken", lacht Van Boxtel.
De automatisering bij Assenburg heeft weliswaar geen banen gekost, maar Van Boxtel geeft wel toe dat de automatisering een aantal mensen buiten de deur heeft gehouden. "Dat is logisch", meent hij. "Als je meer gebruik gaat maken van robots moet je voorzichtig zijn bij het aannemen van meer personeel. Dat betekent dat we contractanten en uitzendkrachten inhuren."
Over de invloed van de robots op het werkproces zegt hij: "Alle fysieke handelingen worden teruggebracht naar nul. De werknemer daarentegen krijgt een controlerende functie. Bracht hij vroeger handmatig een product van A naar B, nu checkt hij of de robot dit doet. Voor het personeel betekent dat meer zelfstandigheid en meer verantwoordelijkheid en dus een grotere geestelijke belasting."
Verantwoordelijkheid
Productiemedewerker Toine Meijs (34) heeft daar geen moeite mee. "Door meer verantwoordelijkheid is mijn werk uitdagender geworden", vindt hij. "Het mes snijdt aan twee kanten. Ik krijg van het bedrijf een stukje waardering en vertrouwen, anders zetten ze me niet aan de robot. Zo`n ding kost immers kapitalen. Maar mijn baas kan me ook aanspreken op mijn verantwoordelijkheden." Meijs werkt al vijftien jaar bij Assenburg. Hij begon ooit via het uitzendbureau en kreeg uiteindelijk een vaste aanstelling. Wat is er voor hem veranderd door de komst van de robot? "Je bent eigenlijk nooit klaar met leren", merkt hij. "De ontwikkelingen in de automatisering gaan snel. Alles wat ik destijds op de LTS heb geleerd is voor robottechniek achterhaald. Sommige vutters die even op bezoek komen, kennen de afdeling niet meer terug."
Meijs heeft een week een programmeercursus gehad om het werken met de robot onder de knie te krijgen. "Met behulp van een bedieningspaneel stel je de robot af. Mensen vragen wel eens of de robot geen fouten maakt. Dan zeg ik hen dat de robot nooit fouten maakt omdat 'ie doet wat ik hem vertel. Ik ben dus verantwoordelijk, tenzij er sprake is van een computerstoring of een besturingsfout."
Van Boxtel vult hem aan: "Vroeger namen we personeelsleden aan het handje mee. En deden we klusje voor klusje. Die tijden zijn definitief voorbij. Nu controleren werknemers zelf de productie. En dat is een goede zaak. Zo is iedereen betrokken bij het bedrijf."
(Bron: FNV Magazine 3 juni 1999)